VAN LEERLING TOT (HOOG) LERAAR – Een interview met Bob Hoogenboom

“I refuse to join any club that would have me for a member”
Groucho Marx
(Amerikaanse komiek)

We ontmoeten elkaar in Gouda. Bob kwam vanuit zijn woonplaats Amersfoort, schrijver dezes uit Bergambacht. We zouden elkaar zien in de stationsrestauratie, maar die bleek niet meer te bestaan! Een rustig restaurantje was gauw gevonden. We staken van wal. Maar er was zo gigantisch veel te bespreken dat we pas na ruim 3 uur afscheid namen. Dit verhaal is niet meer dan een samenvatting van wat over tafel is gekomen. Bob heeft vele levens geleid en je vraagt je af waar hij de tijd vandaan heeft gehaald om op zoveel fronten actief te zijn. Zijn proefschrift, zijn talloze lezingen en spreekbeurten in binnen- en buitenland en onnoemelijk veel boeken en artikelen. Maar laten we bij het begin beginnen.

Bob is vernoemd naar zijn opa: Abraham. Geboren in 1957, opgevoed in een christelijk gezin en christelijke lagere scholen in Spijkenisse en Ridderkerk doorlopen. Het geloof speelt geen rol meer in zijn leven, maar hem is op de lagere school wel de liefde voor geschiedenis bijgebracht, met name door de lessen bijbelkennis en de verhalen uit het Oude Testament.

Toen Bob in de zesde klas zat, gingen zijn ouders scheiden. Bob verhuisde met zijn moeder en jongere broer Frits naar de Admiraal de Ruyterweg. De keuze voor het Libanon was een logische. Bob was leerling van 1970 -1977 en slaagde voor het vwo-examen. Maar dat ging niet op rolletjes. Hij had weinig binding met de school. Spijbelde veel. Zat vaak in Het Hof van Jericho. Werd meermalen uit de klas gestuurd. Kwam dan bij conciërge Hoek, een begripvolle man met wie hij een goede band had. Bob vond in conrector Lettinga, voor wie hij veel respect had, een strenge doch rechtvaardige tegenpool. Het mocht niet baten. Bob was ook vaak mentaal afwezig. Het opstandige in hem is een karaktertrek, die hem deed besluiten om in 6 vwo een jaar te stoppen. Marlon Brando in zijn rol van dwarsligger en rebel sprak hem aan. 

De situatie thuis deed er ook geen goed aan. Beide ouders kregen nieuwe relaties. Het was een los-zand-familie, die bijdroeg tot een rommelige puberteit. Bob is in de horeca gaan werken. Een vriendin heeft hem gestimuleerd om weer naar school te gaan. 

Herinneringen aan het Libanon

Bob heeft goede herinneringen aan de school maar naast goede leraren heeft hij ook leraren meegemaakt die tussen de plinten verdwenen, zoals hij dat plastisch uitdrukt. Namen van docenten en leerlingen zijn hem grotendeels ontschoten. Uitzonderingen vormen, naast Hoek en Lettinga, docenten als Küppers (fr), een man die 50 jaar geleden open was over zijn homoseksualiteit, een goede docent, die verhalen kon vertellen. Jeannet Koster (wi), bij wie Bob een luisterend oor vond, toen hij het moeilijk had met de thuissituatie, Tegen haar kon hij open en eerlijk zijn. Ook Dries Rooth (lo) sprak hem aan. “Een mooi mannetje; pezig en 100 % sportman”. Trouwens, de hele sectie lichamelijke opvoeding kan zijn goedkeuring wegdragen.

Bob was goed in geschiedenis. Hij had voor proefwerken nogal eens een 9. Een van de leraren voegde hem eens toe: “Of je bent ongelooflijk goed of je wekt de suggestie dat te zijn.” Toen al kwam zijn schrijftalent aan het licht. Maar zelf zegt hij: “Dat ik nog steeds af en toe aan die opmerking denkt zegt iets. Maar wat?”

Bob was ook actief in de toneelvereniging van de school. Hij hield van machorollen, las boeken van stoere schrijvers zoals Hemingway en heeft zelfs een keer auditie gedaan in De Doelen. Schaken had hij van zijn vader geleerd en hij deed op school ook mee in de schaakclub. Hij heeft er weinig herinneringen aan. Weet ook geen namen.

Bob heeft weinig vrienden overgehouden aan de school. Wel trok hij veel op met Mario Kadiks en Hans Kuypers. En twee jeugdliefdes van school (Marjolijn en Joke) kleurden zijn bestaan. 

En wat betreft zijn betrokkenheid: je bent lid van een groep, maar je staat er ook buiten. Aan de ene kant is er aantrekking, aan de andere kant distantie. Hij verbindt zich snel, maar hij verveelt zich ook snel. De inborst van een vrije vogel met opstandige trekjes. Hij kan het niet goed onder woorden brengen, dat dubbele gevoel. De spreuk van Groucho Marx spreekt hem aan. Maar wat precies weet hij niet.

Studie

Na het Libanon werkte Bob een half jaar in een slijterij en ging daarna in militaire dienst. De keuze voor een vervolgstudie was nog niet gemaakt. Bob ging werken in de onroerendgoedsector. Op school was er nog een leerling, die in die fase een belangrijke rol in zijn leven heeft gespeeld, Rutger Trimbos. Bob kwam veel bij hem thuis. Vader Trimbos was hoogleraar preventieve en sociale psychiatrie. Hij sprak over Bobs interesse voor schrijven en introduceerde hem bij journalist Herman van Run. Een wand van de woonkamer waar pa Trimbos werkte was een boekenwand. Hij leende Bob boeken. Eén daarvan was het Warren-rapport over de moord op Kennedy. “Dat was een draaideurmoment. Ik was erdoor gefascineerd. Nog steeds luister ik naar podcasts over de moord, de cover up, de dubbele bodems”. Na dienst en het onroerend goed besloot hij maatschappijgeschiedenis te gaan studeren aan de EUR, van 1980 tot 1984. “Door een keuzevak politicologie raakte ik geïnteresseerd in de rol van politie en justitie. Het werd ook mijn afstudeeronderwerp: de geschiedenis van de Rotterdamse politie 1880 – 1940.” Het zou bepalend worden voor zijn carrière.

Sport

Sport loopt als een rode draad door zijn leven.  Ik herinner me hem als een wat teruggetrokken, stille leerling die goed was in sport. De sectie lichamelijke opvoeding, zie zijn opmerking over Dries Rooth, heeft zeker bijgedragen tot zijn levenslange sportieve activiteiten. Bob heeft gevoetbald bij de C-tjes van Feijenoord; ging met Mario en Hans naar de atletiekvereniging Metro aan het Langepad en deed aan basketbal. De liefde voor sport ging zover dat Bob zich met zijn vrienden liet insluiten in een gymnastiekzaal (niet op het Libanon), waar ze de apenkooi uitzetten en zich kostelijk amuseerden. Zij verlieten de zaal via de branddeur. Voor de scholierenontmoeting Rotterdam–Antwerpen viel hij bij de zwemwedstrijden net buiten de selectie. Deed in de vakanties enthousiast mee met de scholierenwedstrijden in de Energiehal. Op latere leeftijd, de apenkooi ontgroeid, liep hij zowel de marathon van New York als die van Rotterdam.

Carrière

Na voltooiing van zijn studie heeft Bob veel verschillende werkkringen gehad, veelal van korte duur. De wisselingen kwamen door nieuwe mogelijkheden die op zijn pad kwamen of doordat hij het saai vond. “Een Groucho Marx-moment (..) ik heb het wel gezien hier, ik zoek een nieuwe uitdaging”, maar het heeft hem een brede oriëntatie opgeleverd. 

Stage bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken, directie politie. Daar heeft hij onderzoek gedaan naar bijzondere opsporingsdiensten. Daarna volgden o.a. het Ministerie van Justitie, de RUL (vakgroep bestuurskunde), de EUR (docent afdeling criminologie) en de Nederlandse Politieacademie, waar hij 30 jaar parttime heeft lesgegeven. Hij kwam in beeld door zijn vele publicaties en kwam ook veel in de publiciteit. Bob heeft bijna nooit hoeven te solliciteren en heeft ook nooit een plan gehad waar het zijn carrière betreft.

Zijn proefschrift (RUL 1994) “Het Politiecomplex over de toenemende samenwerking tussen allerlei (semi-)publieke toezichthouders en de private veiligheidsindustrie”. Hij voorspelde een samenleving waarin sociale controle absoluut zou zijn. Zijn promotors waren Uri Rosenthal en  – oh toeval! – oud -Libanees prof.dr. Joest (A.C.) `t Hart.

In 1996 is Bob getrouwd met Pien, afgestudeerde juriste/criminologe. Zij werkte bij de EUR. Bob heeft met haar ook een boek geschreven.     

Het jaar daarop zijn ze naar Curaçao gegaan en hebben daar 3 jaar gewoond en gewerkt aan het opzetten van een fraudepraktijk. In 2000 werd Bob bijzonder hoogleraar fraudebestrijding en regulering aan de  Nijenrode Universiteit. 

Bob heeft veel boeken en publicaties op zijn naam staan. Schreef columns in de NRC. Reisde veel voor spreekbeurten en congressen in  het buitenland. Hij herinnert zich nog zijn eerste optreden in het buitenland: een presentatie van een paper in Montreal in 1987. Hij werkte toen bij het Ministerie van Justitie. “Een hartslag van 130, maar de ervaring, de euforie en altijd het reizen er omheen. Mooie ervaringen.”

Het is een raadsel waar hij de tijd vandaan heeft gehaald voor deze overvloed aan activiteiten.

In 2008 werd Bob benoemd tot hoogleraar veiligheidsvraagstukken en politiestudies aan de VU. Hem viel ook een prestigieuze baan ten deel als visiting fellow aan de London School of Economics.

Vraag: “Wat is het resultaat van je werk. Wat is er gebeurd met al je beleidsaanbevelingen? “

Bob: “Ik ben bezig met een boekje hierover. Het resultaat zit ergens tussen marginaal en diffuus. Marginaal omdat er en wanverhouding is tussen het aantal publicaties en het lezen daarvan. Het veiligheidsbeleid leunt sterk op politieke belangen. En die spelen op hun beurt in op de onderbuik van de samenleving. Angst genereren en loze beloftes doen om daar snel iets aan te doen levert meer stemmen en budgetten op dan feiten en nuanceringen. De politiek en departementen zijn niet zo geïnteresseerd in feiten, onderbouwingen en nuances. Die verstoren de roes van overtuiging.  De stof wordt 9 van de 10 keer niet gelezen. Diffuus omdat het moeilijk te kwantificeren is, moeilijk tastbaar is. Het belang is dus relatief.” Bescheidenheid siert de mens, maar zijn productie verdient een beter lot.

Toekomst

Bob wordt 67 in oktober en blijft na zijn pensionering schrijven en als (on)gevraagd commentator, adviseur en leraar zich een beetje bemoeien met dingen.

Hij is trots op hun dochters. Sophie (26) studeerde sociologie en Europese studies. Zij woont en werkt in Brugge en volgt een promotietraject.  Puck(25) studeert nog voor haar masters global /comparative philosophy. 

Bob: “Ik ben een instant-romanticus. Ik ben verknocht aan Rotterdam. Rij regelmatig langs oude huizen, waar ik heb gewoond. De Charloisse Lagedijk, waar ik ben geboren. Leuk is dat ik ereburger van Charlois ben en met trots dat speldje draag. En natuurlijk ben ik de afgelopen decennia af en toe langs het Libanon gereden en ga daar binnen een kijkje nemen. Ook maak ik deel uit van een vriendengroep van het Libanon.”

Ter toelichting:  de kern deed mee aan de onderlinge voetbalcompetitie op de vrijdagmiddagen in de Sporthal Kralingen o.l.v. Dries Rooth. Die groep heeft contact gehouden en ging, jaren later, op initiatief van Ruud Delwel met elkaar naar de Kuip. Zo is het begonnen. Om de paar jaar komen ze bij elkaar voor een etentje. Heel genoeglijk en er is geen gebrek aan humor en serieuze levensverhalen.  Tussentijds bestoken de mannen elkaar met apps, zodat het contact intact blijft. In VOLtreffer 95 van Juni 2023 heeft een stukje over dit gezelschap gestaan onder de titel: “Vrienden voor het leven”. 

Die school heeft toch meer impact op Bob gehad dan je zou verwachten na het lezen van het bovenstaande. Mijns inziens is er geen reden voor Bob, indachtig de spreuk van Groucho Marx, om geen lid van de VOL te worden.

Na zo’n levensverhaal ga je toch houden van zo’n jongen.

Jan van Lier

Geplaatst in VOLtreffer, VOLtreffer 98.

Behaalde in 1959 HBS - B diploma.
Kwam in 1967 terug op het Libanon als leraar lichamelijke opvoeding.
Was van 1975 tot 1983, na doctoraal onderwijskunde aan RUU, rector van de school.
Schrijf al 10 jaar stukjes voor de Voltreffer
Getrouwd met Trix, die 33 jaar lesgaf op het Libanon.

Geef een reactie